naar top
Menu
Logo Print
06/08/2019 - FRANK MOERMAN

FABRIEKSBOUW EN -RENOVATIE CONFORM TOEKOMSTIGE UITDAGINGEN

Binnen tien jaar standaarden uit farma van toepassing in voedingsindustrie?

Verschillende EU-landen helpen levensmiddelenproducenten een antwoord bieden op toekomstige vereisten. Elk van die bedrijven moet de nieuwste ontwikkelingen binnen zijn sector opvolgen om klaar te zijn voor morgen. Een 'Food Factory of the Future' moet potentiële tekortkomingen vroegtijdig detecteren en tijdig op zoek gaan naar mogelijke oplossingen en kansen voor een betere operationele performantie. Voedingsbedrijven moeten ook klaar zijn om te voldoen aan nieuwe eisen op het vlak van arbeidsveiligheid, voedselveiligheid, kwaliteitsborging, milieu en klimaat.

 

BOUWEN EN VERNIEUWEN OM KOSTEN TE BESPAREN

Rechtlijnige productflow: lucht vloeit van de meest hygiënische naar de minst hygiënische ruimtes
Rechtlijnige productflow: lucht vloeit van de meest hygiënische naar de minst hygiënische ruimtes

Modernisering van productieapparatuur, meet- en controlesystemen, omringende randapparatuur en nutsvoorzieningen laat toe om kosten te besparen. Binnen de fabriek van de toekomst volgt een product de kortste weg van grondstof tot eindproduct, in rechte lijn van ontvangst tot verzending. Kostenbesparing betekent eveneens het vermijden van dure recalls ten gevolge van productcontaminatie. Een gebrekkige controle van de luchtstromen in de fabriek kan leiden tot productcontaminatie met bederforganismen, pathogenen en allergenen.

Onlangs organiseerde het Canadese bedrijf Nature's Path een terugroepactie van zijn merk Choco Chimps, vanwege een mogelijke glutencontaminatie via de lucht. De luchtdruk moet het hoogst zijn in de meest hygiënische ruimte: daar waar gedecontamineerd product - onderworpen aan een microbieel reductieproces - voor het laatst is blootgesteld aan de lucht. In vele gevallen is dat de verpakkingsruimte. Van daaruit moet de lucht naar de minder hygiënische ruimtes op lagere druk vloeien. Dat zijn de zones waar inkomende goederen worden binnengebracht en de laadzones voor uitgaande goederen. In de fabriek helpen luchtdrukdifferentiaalmeters de luchtstromen controleren, evenals snelle deuren, luchtsassen en -gordijnen, plastic strips enz.

 

'MINDER VOOR MEER' OP BEPERKTER OPPERVLAK

Automatisatie, robotica en 'big data'-systemen worden de norm om efficiënter te produceren en de werklast bij personeel te verminderen. Met een efficiëntere bezetting van het productieapparaat valt te besparen op investeringen in productie-infrastructuur. Het motto moet luiden: 'minder voor meer', wat zich ook kan vertalen in een beperking van de nodige ruimte.

In bepaalde gevallen is de beschikbare ruimte in industriegebieden beperkt, in andere vereist de 'betonstop' fabrieken die een kleinere footprint hebben. Dan kan gekozen worden voor hoger bouwen of voor een strategie die het midden houdt tussen nieuwbouw en renovatie.

Binnen een bestaande bouwstructuur (bv. opslagmagazijn) kan men een modulaire productiehal bouwen. Een productie-unit kan gebouwd worden volgens het 'legoprincipe' waarbij afzonderlijke modules - vervaardigd ver van de locatie - ter plaatse worden gebracht en dan met elkaar verbonden worden. Modulair bouwen biedt een aantal voordelen: modules kunnen gebouwd worden door de goedkoopste constructeurs en waar ook ter wereld, contaminanten inherent aan het bouwen van infrastructuur (bv. ijzervijzel, stof ...) blijven achter op de constructielocaties veraf van de plant, verouderde modules zijn eenvoudig te vervangen, een productie-unit kan makkelijker verplaatst worden naar een andere locatie enz.

Modulaire bouw van fabrieken
Modulaire bouw van fabrieken

 

ENERGIE BESPAREN WORDT NORM

Allerlei milieutaksen (op CO2-emissies, afvalwater) en onzorgvuldig omspringen met energie kunnen de operationele kosten doen toenemen wanneer een bedrijf geen werk maakt van milieu- en energiebesparende maatregelen. Veel voedingsbedrijven zijn erg energie-intensief. CO2-emissies zijn veelal gerelateerd aan de productie van stoom voor verhittingsprocessen. Door vernieuwing van de stoominfrastructuur en voldoende isolatie van alle stoom-/warmwaterleidingen kunnen de energiefactuur en de CO2-emissies dalen.

Koel- en diepvrieshuizen zijn dan weer grote slokkoppen van elektriciteit, maar krijgen niet altijd de nodige aandacht. Langs laadkaaien voor de expeditie van afgewerkte producten kan warme, vochtige buitenlucht de fabriek binnendringen. De nodige maatregelen moeten getroffen worden om tochtgaten af te dichten. Voorts moeten laadkaaien zich bevinden aan de zijde met de minste zon, regen en vooral wind. Koel- of diepvrieshuizen kunnen ook slechts economisch werken wanneer de wanden goed geïsoleerd zijn.

Andere energiebezuinigende maatregelen zijn het gebruik van indirect invallend daglicht (reflectie of lichtgekleurde wanden), slimme verlichtingssystemen (inzet van aanwezigheidsdetectoren), lage-energieverlichting (bv. led-tubes) en warmterecuperatie (bv. warmte gegenereerd door compressoren of van afgevoerde rook of lucht).

Net als bij particulieren is de inzet van hernieuwbare energiebronnen (zonnepanelen, windmolen(s) gedeeld met andere bedrijven) een must voor wie de energie- en emissiefactuur wil verlagen. Wie kiest voor zonnepanelen, moet erop toezien dat het dak het gewicht van de zonnepanelen kan dragen (25-50 kg/m²).

 

CONTINU WIJZIGENDE WETGEVING

Voedselveiligheid

De klassieke certificatieschema's BRC, ISO/FSSC22000 en SQFI blijven erkend binnen de Global Food Safety Initiative (GFSI), maar zijn continu onderhevig aan updates. Hoewel de current Good Manufacturing Practices (cGMP), HACCP en prerequisite programs nog altijd gelden als de basis van elk Food Safety Management System, stellen de GFSI en Food Safety Modernisation Act (FSMA) nog bijkomende eisen.

Bij herziening van de cGMP's wordt bijvoorbeeld meer en meer de nadruk gelegd op het beheersen van mogelijke contaminatie met allergenen. Bovendien wordt in plaats van Hazard Analysis and Critical Control Points (HACCP) steeds meer de voorkeur gegeven aan Hazard Analysis Risk Preventive Controls (HARPC), wat de komende jaren verder zijn weerslag zal hebben op de cGMP's. De klemtoon in de prerequisite programs verschuift dan van een antwoord bieden op levensmiddelencontaminatie naar de preventie ervan.

BRC, ISO/FSSC22000 en SQFI, GSFI-standaarden, FDA- en USDA-regulering gelden niet langer alleen op het productie- en verpakkingsproces, maar moeten routineus geïmplementeerd worden bij renovaties of het ontwerpen van nieuwe levensmiddelenfabrieken. De bestaande regelgeving en standaarden rond voedselveiligheid worden continu ge-update, wat eveneens een weerslag heeft op fabrieksontwerp en -bouw.

Vroeger werden de strengste voedselveiligheidseisen opgelegd aan producenten van zuivel, vlees en kant-en-klare maaltijden. Die zullen echter van toepassing worden op álle voedingssectoren. Klassiek kijkt de voedingsindustrie naar de ontwikkelingen binnen de farmaceutische sector, waardoor niet uit te sluiten valt dat binnen een decennium standaarden uit de farmaceutische industrie van toepassing zullen zijn in de voedingsindustrie.

Constructie en onderhoud van gebouwen

Eveneens onderhevig aan veranderingen zijn de nationale en internationale codes, wetgeving en standaarden voor het optrekken en onderhouden van gebouwen en constructies: brandveiligheid, beveiliging van elektrische installaties, constructies voor watervoorziening en -afvoer, voorzieningen voor ontruiming in noodgevallen. Het is een uitdaging voor levensmiddelenproducenten om een nieuwe fabriek te bouwen die zal voldoen aan toekomstige wijzigingen in bestaande regelgeving en standaarden. Het dag-op-dag denken moet plaatsmaken voor een duidelijke visie op de toekomstige ontwikkelingen.

Personeelsveiligheid en ergonomie

Zicht op daglicht en beplanting draagt bij aan een beter psychisch welzijn van het personeel
Zicht op daglicht en beplanting draagt bij aan een beter psychisch welzijn van het personeel

Wetgevers en verzekeraars eisen maatregelen om de veiligheid van het personeel te garanderen. Ook die wetgeving en eisen evolueren voortdurend. In sommige landen moet de werkgever bij werkverlet het loon verder uitbetalen. Voldoende ruimte rond procesinfrastructuur, liftplatformen, cobots ... helpt om arbeidsongevallen en werkverlet door letsels - en dus ook kosten - te reduceren. Het personeel op de werkvloer kan daarom het best betrokken worden bij de renovatie of het ontwerp van de nieuwe fabriek. Ook een logische productflow en beperkte afstanden tussen productiesystemen (geen zware palletvrachten over lange afstanden) boosten de productiviteit. Chemicaliën moeten correct en apart opgeslagen worden, rekening houdend met bepaalde segregatieregels voor incompatibele chemicaliën. Voedingsbedrijven gebruiken heet water, stoom en/of koudemiddelen op extreem lage temperatuur (bv. cryogene middelen). Een adequaat fabrieksontwerp is dan nodig om brandwonden te voorkomen. Geluidsafscherming, vensters voor inval van daglicht en zicht op beplanting verhogen verder het psychisch welbevinden. Die visuele elementen mogen echter alleen indirect via een tussenliggende ruimte waargenomen worden.

 

ANTICIPEREN OP VERANDEREND KLIMAAT

De klimaatverandering stelt levensmiddelenproducenten voor extra uitdagingen wat betreft siteselectie en fabrieksontwerp. Een fabriek moet gebouwd worden op een plaats met een miniem risico op overstroming. Anticiperen op hevige regenval betekent kiezen voor een hoger gelegen fabrieksinplanting. Hemelwater moet makkelijk kunnen draineren weg van de fabriek, richting voldoende gedimensioneerde riolen. De dakinfrastructuur moet accumulatie en binnensijpeling van regenwater voorkomen en het dakgebinte moet een dikke sneeuwlaag kunnen dragen. Alle fabriekstoegangen moeten afgeschermd worden van de weerelementen, (o.m. rekening houdend met de overheersende windrichting). Warme omgevingen betekenen dan weer infiltratie van vochtige warme lucht, een hogere energiefactuur voor koude opslag en bewaring van levensmiddelen, gebrek aan water ... Vaak zijn dit voldoende redenen om een andere locatie op te zoeken.