naar top
Menu
Logo Print
Artikel - 29/11/2017

EUROPA'S GROOTSTE CHIPSFABRIEK STREEFT DUURZAME GROEI NA

Nabijheid bij Franse grens biedt opportuniteiten voor Veurne Snack Foods

Veurne Snack Foods in het West-Vlaamse Veurne, nabij de Franse grens, produceert aardappelchips en snacks onder de merknamen Lay's, Doritos, Smiths en The Oven from Lay's. Het bedrijf maakt deel uit van het PepsiCo concern, dat met 270.000 werknemers in 200 landen de tweede grootste F&B-producent ter wereld is. De fabriek in Veurne telt acht productielijnen. Onder meer de grote variëteit aan smaken en verpakkingen maakt van deze productie-eenheid een complex bedrijf. “Onze grote troef is flexibiliteit. Daarnaast zetten we ook sterk in op duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen", zegt directeur Frank De Langhe.

 

CHIPS EN SNACKS

Historiek

De fabriek werd in 1974 gebouwd, toen nog onder de naam Westimex. In 1998 werd 'de grootste chipsfabriek van Europa' overgenomen door PepsiCo. Sindsdien is de productie opgesplitst in twee businessunits: chips (vertrekkend van aardappelen) en snacks (vertrekkend van 'raw materials', zoals maïs in het geval van tortillachips).

Productieprocessen

In totaal wordt hier op jaarbasis 60.000 à 61.000 ton aan eindproducten gemaakt. Voor beide productsoorten is er een grote verscheidenheid aan vormen, smaken, zakken en dozen, wat een enorme flexibiliteit van het hoogtechnologische machinepark vereist. De aardappelchips worden op drie parallelle productielijnen gemaakt in zeven verschillende varianten. In de snackafdeling gaat het om geheel andere productietechnologieën. Daar staan een baked-, extrusie-, frying-, Doritos- en pelletextrusielijn opgesteld.

Marktgedreven productie

Door deze veelheid aan technologieën komt de R&D-afdeling van PepsiCo vaak in Veurne aankloppen voor het ontwikkelen van nieuwe producten, of om bestaande producten en processen te optimaliseren. Dit onderzoek is sterk marktgedreven, net als de productie an sich. “Alles start bij het 'demand plan' van de internationale salesafdeling. Dat wordt omgezet in een 'supply plan', waarbij bekeken wordt wat in welke fabrieken zal worden gemaakt. In functie van die productieplanning wordt dan weer een grondstoffenplan opgesteld, want elk type chips vereist een bepaalde aardappelsoort. Zo vertrekken we voor de light chips van aardappelen met een hoog drogestofgehalte, omdat die weinig olie opnemen", legt directeur Frank De Langhe uit.

 

Kwaliteit en voedselveiligheid

Veurne Snack Foods wil de beste zijn in het maken van kwaliteitsvolle chips en snacks. Dit start al bij de keuze van de grondstoffen. “We werken nauw samen met aardappelhandelaars uit België, Frankrijk, Nederland en zelfs Duitsland, die moeten beantwoorden aan strenge leveringsvoorwaarden op het gebied van kwaliteit. De aardappelen moeten bijvoorbeeld de juiste grootte en rijpheid hebben, en mogen maar weinig defecten bevatten wanneer die hier gewassen en gesorteerd worden aangeleverd. PepsiCo ontwikkelt trouwens ook eigen aardappelrassen die dan bij de landbouwers worden uitgezet, zodat wij chips van de beste eindkwaliteit kunnen garanderen aan onze klanten", zegt De Langhe.

Het bedrijf werkt zelf uiteraard ook volgens de strengste kwaliteits- en voedselveiligheidsstandaarden. “We zijn ISO 14001/50001-, FSSC 22000- en AIB-gecertificeerd. Dit houdt onder meer in dat we in onze dagelijkse werking heel strikte reinigings- en vrijgaveprocedures moeten naleven bij de productwissels, opdat er geen kruiscontaminaties zouden ontstaan", aldus de directeur.

DUURZAME GROEI

“In die dagelijkse werking staan de veiligheid van onze werknemers en de productkwaliteit voorop; 'no debates'", stelt De Langhe. “In een strategie van 'continuous improvement' streven wij daarenboven een duurzame groei na, met aandacht voor economische, maar ook sociale en ecologische aspecten."

 

Economisch

Het bedrijf kende de voorbije jaren een gestage volumegroei, gedreven door de markten die het belevert. “We leveren in een tiental Europese landen, maar onze producten zijn hoofdzakelijk voor de Franse, Belgische en Nederlandse markt bestemd. Frankrijk is een echte groeimarkt. De ligging van de fabriek in Veurne speelt hierbij natuurlijk sterk in ons voordeel", weet de directeur.

Sociaal

Het bedrijf moet snel kunnen inspelen op veranderingen in de markten. Daarvoor kan men rekenen op de flexibiliteit van de werknemers, die bovendien goed opgeleid zijn. “We vinden het belangrijk in onze mensen te investeren. We geloven namelijk dat zij het verschil kunnen maken en geven hen dan ook ruimte voor verantwoordelijkheid en initiatief. Naast de sterk geautomatiseerde productielijnen, is dit een van de redenen waarom we hier een rendabele en efficiënte plant hebben", klinkt het.

Opmerkelijk is nog dat veel Fransen deel uitmaken van het personeelsbestand, wat natuurlijk opnieuw te verklaren is door de ligging van de fabriek. “Dat is al van oudsher zo, in al onze ploegen. Nieuwe Franse werknemers moeten wel bereid zijn om het Nederlands aan te leren. Dat is de voertaal op onze werkvloer en iedereen moet in staat zijn om met collega's te communiceren of documenten te lezen. Dit biedt hen ook perspectieven, want zo kunnen zij bijvoorbeeld opleidingen geven of doorgroeien, hetzij in onze eigen plant of elders binnen de groep. We voorzien hiervoor taalopleidingen, naast de vele andere trainingen voor zowel arbeiders als bedienden."

 

Ecologisch

Tot slot hecht de directeur ook veel belang aan maatschappelijk verantwoord ondernemen, met bijzondere aandacht voor het milieu. “We hebben heel wat projecten lopen om ons energie-, water- en grondstoffenverbruik te doen dalen, gaande van isoleren tot het opsporen van persluchtlekken", klinkt het. “Bovendien voorzien we in belangrijke mate zelf in onze energiebehoefte. We vergisten ons afval in een fermentatietank en uit de gassen die daarbij vrijkomen, wekken we elektriciteit op. We concentreren het effluent ook op tot drinkbaar water, dat dan terugstroomt naar de productievloer. Op die manier staan we zelf in voor 25% van onze elektriciteitsbehoefte en 60% van het proceswater."

TOEKOMST

Blijven verbeteren

Welke mogelijkheden tot 'improvement' ziet men hier nog? “We zijn reeds een 'high performing plant', waardoor het steeds moeilijker wordt om te blijven verbeteren. Toch slagen we er nog altijd in om, onder meer door toepassing van de 'Lean Six Sigma' methodiek, grote en kleine optimalisaties te verwezenlijken", stelt de directeur. “'Continuous improvement' slaat overigens ook op veiligheid, 'food safety', kwaliteit, onderhoud en alles wat met duurzaamheid te maken heeft."

 

Redesign packagingafdeling

“Om ook in de toekomst te kunnen blijven groeien, zullen we de packaginghal van onze chipsafdeling binnenkort trouwens redesignen", wil De Langhe nog kwijt. “Op dit moment worden de chipszakken ofwel manueel in de dozen gestopt, ofwel gebeurt dit via automatische 'casepackers'. Dit najaar plannen we evenwel een investering in deze verpakkingsafdeling, met minder manuele 'bagmakers' en meer automatisatie tot gevolg. Niet alleen zullen we op die manier in staat zijn om efficiënter te werken, maar zo maken we ook ruimte vrij voor toekomstige uitbreidingen", besluit de directeur.