naar top
Menu
Logo Print
Artikel - 29/11/2017

MOGELIJKHEDEN VOOR DUURZAME REINIGING EN ONTSMETTING

Desinfecteren zonder naspoelen zit in de lift

Een duurzame voedselproductie vereist ingrepen op verscheidene procesniveaus. Wie de vraag stelt naar ecologische desinfectiemiddelen, doet er evenwel goed aan om eerst zijn reinigingsresultaten onder de loep te nemen. Het meest duurzame ontsmettingsproces begint immers met een optimale voorreiniging. Minder resterende contaminatie betekent minder inzet van desinfectiemiddelen, maar ook minder water voor naspoeling en minder afvalwaterbehandeling. Finaal resulteert dit dus al in een geringere milieu-impact. In diezelfde optiek is er een trend naar 'residuveilige desinfectantia', die niet langer hoeven te worden nagespoeld.


OPTIMALE VOORSPOELING CRUCIAAL

Wanneer we het reinigings- en ontsmettingsproces van naderbij bekijken (voorspoelen, reinigen, naspoelen, ontsmetten, naspoelen en drogen) stellen we heel wat struikelblokken vast: onvoldoende tijd of personeel, te weinig demontage, achterblijvend water na de reiniging, de productie die het einde van het desinfectieproces niet afwacht … Een belangrijke vaststelling is ook dat heel wat reinigingsteams focussen op de schuimfase dus na de voorspoeling omdat schuim geassocieerd wordt met proper. De voorspoeling zou echter meer dan de helft van de totale tijd in beslag moeten nemen. In die fase verdwijnt er immers zo'n 99% van de contaminatie met het spoelwater in het afvoerputje.


Ecologische en economische voordelen

Aangezien er na een optimale voorspoeling slechts een minimale vervuiling achterblijft op het voedingscontactoppervlak, kan de benodigde hoeveelheid reinigings- en desinfectiemiddel(en) in de volgende fasen flink beperkt worden en kan de naspoeltijd korter gehouden worden. Dat ecologisch én economisch interessant. De kosten verbonden aan de reinigings- en ontsmettingsmiddelen (R&O) zoals aankoop, logistiek, opslagruimte ... worden immers beperkt, evenals voor het waterverbruik en de afvalwaterbehandeling.


ALTERNATIEVE REINIGING

Na het voorspoelen moet ook de rest van het reinigingsproces optimaal verlopen om de voedingscontactoppervlakken voor te bereiden op een (duurzame) desinfectie. Ontsmettingsmiddelen die in contact komen met achtergebleven organische resten, verliezen hun capaciteit immers gedeeltelijk of in bepaalde gevallen zelfs volledig. Heel wat onderzoek vindt dan ook plaats rond (alternatieve) reinigingsmethoden.


Enzymatische reiniging

Er bestaan tegenwoordig specifieke reinigers op basis van enzymen voor het verwijderen van hardnekkige organische vervuilingen (eiwitten, vetten, zetmeel en vezels) die dagelijks gebruikt kunnen worden ter vervanging of ter aanvulling van klassieke alkalische reinigers. Na een reinigingsfase met dergelijke enzymen kan dan een desinfectiefase volgen. Specifieke enzymencocktails (met nog andere enzymen) worden ingezet voor de vernietiging en preventie van biofilms in sectoren die voedsel verwerken zoals vlees, vis, zuivel, bereide maaltijden en niet-alcoholische dranken.

Enzymatische reinigers bevatten enzymen van 100% natuurlijke afkomst. Een extra voordeel is dat ze nog actief zijn in de leidingen, waardoor ze het waterzuiveringsproces versnellen. Het gebruik van enzymen in detergentia is door middel van de wetgeving aan banden gelegd. Zuivere enzymen worden beschouwd als ademhalingsallergeen en als irriterend voor de huid. Voor enzymen die vermengd zijn in een reinigingsmiddel en verdund zijn met reinigingswater, is dat niet het geval. REACH (Registration, Evaluation and Authorization of Chemicals, een project van het Europees Chemicaliënagentschap) reglementeert de ontwikkeling en het gebruik van die enzymatische oplossingen. Zij evalueren of een concentratie van enzymen in een product schadelijk is voor de gebruikers.


Probiotische reiniging

Bij een probiotische reiniging worden kiemen van 'goede bacteriën' geïntroduceerd die de plaats innemen van ongewenste bacteriën, waarbij die goede bacteriën de interactie tussen de ongewenste verstoren. Het inbrengen van sporen is echter niet evident in de voedingsindustrie.


MYTHE: 'ALTERNEREND TOEGEPASTE DESINFECTANTIA VOORKOMEN RESISTENTIE'

Bij een suboptimale reiniging overleeft een zeker percentage bacteriën de desinfectie die erop volgt, wat bij sommigen het vermoeden van 'resistentie' doet rijzen, waardoor zij onterecht beslissen tot het alternerend toepassen van verschillende desinfectantia. Dat is weinig duurzaam, maar het houdt bovendien geen steek. Het werkingsmechanisme van desinfectantia verschilt immers van dat van antibiotica. Die laatste werken volgens één mechanisme ('sleutel-slot'); ze inhiberen óf de celwand-, óf de DNA- óf de eiwitsynthese. Desinfectantia daarentegen werken tezelfdertijd in op meerdere niveaus en fungeren zo als een sloophamer. Wanneer de voorgeschreven dosering, temperatuur en contacttijd van een desinfectans worden gerespecteerd, kunnen de bacteriën onmogelijk resistentie opbouwen. Het heeft dan ook geen zin om meerdere desinfectantia toe te passen. De oplossing bestaat dus niet in alternerend toegepaste desinfectantia, maar in het verwijderen van de beschermende vervuilingslaag. Afhankelijk van de samenstelling van die laag kan dit bereikt worden via alternerend toegepaste reinigingsmiddelen. Zodra de weg vrij is, is elk desinfectans even effectief (mits naleving van het gebruiksvoorschrift).


CHEMISCHE DESINFECTIE

Ook bij de klassieke chemische desinfectantia wordt onderzocht of het mogelijk is om de duurzaamheid te verbeteren, al is ook dat geen evidentie. Op de toelatingsakte van het product staat vermeld of het enkel een ontsmettende werking heeft (en er dus vooraf grondig gereinigd moet worden), dan wel of het om een gecombineerd product gaat (reiniging en ontsmetting in één product), waarbij een goede voorspoeling volstaat. De ideale eigenschappen van een desinfectans zijn:

  • milieuvriendelijk;
  • kostenefficiënt;
  • veilig te gebruiken (toxiciteit, allergeniciteit en ontvlambaarheid);
  • geen aantasting van de behandelde oppervlaktematerialen (corrosie, reactiviteit);
  • stabiele opslag;
  • beperkte invloed van omgevingsfactoren (hard water, verdunning en vervuiling);
  • breed inzetbaar tegen uiteenlopende micro-organismen.

Dat zijn heel wat voorwaarden; te veel om in één enkel product te verenigen. Alle desinfectantia zijn overigens een mengsel van een of meerdere actieve stoffen met stabilisatoren, complexeermiddelen en tensioactieven.

De ene samenstelling is uiteraard duurzamer dan de andere, maar dit heeft dan weer nadelen op andere vlakken.


Chloorhoudende producten

Chloor is sterk oxiderend en reactief. Voor een langere houdbaarheid wordt het industriële product gestabiliseerd met wat loog (NaOH) dat ook het vuil afbreekt, waardoor het chloor beter de bacteriën bereikt. Chloor is, net als andere desinfectantia, effectiever bij lagere pH-waarden (zuur), maar dan vormen zich toxische gassen en stijgt de (reeds hoge) corrosiviteit, dus wordt het vaker bij een hogere pH (alkalisch) toegepast. Chloorhoudende desinfectantia blijven met stip het meest toegepast, omdat geen enkel alternatief tegen dezelfde prijs eenzelfde resultaat oplevert. Hun voornaamste pijnpunt blijft de impact op gezondheid en milieu (naast ook het neutraliseren van de chloorderivaten).


Waterstofperoxide

Waterstofperoxide (H2O2) is een milieuvriendelijker desinfectans, omdat het uiteenvalt in zuurstof en water. Een beperking is de relatief grotere nodige hoeveelheid om effectief te desinfecteren. Ook is de stof op zich weinig stabiel. Het wordt in stabiele vorm verkocht, maar dan wel tegen een meerprijs. Omdat deze stof een sterke oxidator is en de voedingsindustrie in de regel hogere concentraties aankoopt (15% tot 35%), moeten deze via ADR-transport (vervoer van gevaarlijke goederen) aangeleverd worden. Ook moeten ze aangelengd worden voor gebruik.


Perazijnzuur

Net als waterstofperoxide valt ook perazijnzuur (CH3CO3H) bij zijn werking uiteen in onschadelijke stoffen: zuurstof, water en azijnzuur. Perazijnzuur is stabiel, zelfs in aanwezigheid van organische componenten behoudt het zijn desinfecterende werking. Perazijnzuur is duurder dan bijvoorbeeld chloor en H2O2. Er is echter aanzienlijk minder van nodig voor een heel breed afdodingsspectrum, het werkt sterker in op bacteriën dan H2O2, en is breder qua werking dan chloor. Wanneer perazijnzuur wordt toegepast op niet-omsloten voedingscontactoppervlakten en gebruikt wordt in hoge concentraties (vb. 15%
wat in de praktijk zelden wordt gedaan), zijn veiligheidsmaatregelen nodig, aangezien de stof een sterk irriterende werking heeft.


Alcoholen

Alcoholhoudende producten verdampen spontaan, zodat er geen naspoeling nodig is. Daarentegen reageren alcoholen sneller uit in de aanwezigheid van organische vervuiling. Hun ontsmettende vermogen is in vuile omstandigheden dus van een lagere kwaliteit.

Bovendien zijn er voor eenzelfde desinfectieresultaat aanzienlijk hogere volumepercentages nodig dan van andere desinfectantia.


Quats, glutaraaldehyde en alkylamines

Quaternaire ammoniumzouten (quats) hebben een breed temperatuurbereik en een langdurig hydrofoob effect, waardoor ze slecht naspoelbaar zijn met water. Alkylamines hebben een gelijkaardige werking. Vanwege hun schuimvorming worden quaternaire ammoniumzouten weinig gebruikt in CIP-processen. Hun activiteit wordt bovendien gereduceerd in de aanwezigheid van hard water en ze degraderen traag in het milieu. Bij correct doseren, grondig naspoelen en een adequate afvalwaterbehandeling zouden er echter geen graten mogen worden gezien in het gebruik hiervan. Quats worden in de praktijk geregeld gebruikt in combinatie met een beperkte hoeveelheid glutaaraldehydes voor een synergetisch effect. Die zijn reactief, biologisch afbreekbaar.


Organische zuren

Een categorie die, gezien haar duurzaamheid, aan belang wint, zijn de organische zuren: melkzuur (lactaat), octaanzuur, decaanzuur e.a. Die zijn immers volledig natuurlijk afbreekbaar. Voor deze stoffen bestaat er bovendien geen MRL ('Maximum Residue Level'), zodat ze toegelaten kunnen worden zonder naspoeling. Dat kan echter niet zomaar. Er is een serieuze wetenschappelijke en praktijktestonderbouwing aan verbonden om dit te kunnen bekomen.


TREND: DESINFECTIE ZONDER NASPOELING

Steeds meer producenten van desinfectantia zoeken gericht naar productformuleringen die geen gezondheidsrisico inhouden bij een eventueel contact met voedingsproducten.

Concreet worden daartoe (in vele gevallen natuurlijke) grondstoffen en componenten ingeschakeld die gunstige, bruikbare eigenschappen vertonen. Er moet worden aangetoond dat met die ingrediënten, met de concentraties en de manier waarop de verschillende stoffen gebruikt worden, de MRL's (Maximum Residue Levels) niet overschreden worden. Op basis van die voorwaarden kan in de homologatieakte vermeld worden dat het desinfectiemiddel niet moet worden nagespoeld. Dat maakt die desinfectantia duurzamer dan traditionele desinfectantia die wel naspoeling vereisen. Geen naspoeling betekent immers minder waterverbruik en -behandeling. Bijkomende voordelen zijn de verkorte arbeidsduur en het verminderde risico op kruiscontaminaties als gevolg van het naspoelen.