naar top
Menu
Logo Print
28/02/2018 - SAMMY SOETAERT

OOK ONZE KMO'S MOETEN DURVEN INVESTEREN

Dirk Torfs ziet positieve toekomst voor onze maakindustrie, mits waakzaamheid

Het is ondertussen al bijna vier jaar dat Flanders Make - het strategische onderzoekscentrum voor de maakindustrie - onderzoek programmeert, uitvoert en de symbiose vormt tussen bedrijven en de diverse onderzoekscentra rond de maakindustrie die het Vlaamse landsdeel rijk is. Vanuit haar bird's-eyeperspectief is de organisatie dan ook ideaal in staat om een visie te leveren over enkele hete hangijzers. We hadden een gesprek met algemeen directeur Dirk Torfs op de rol van Flanders Make, over Industrie 4.0 en digitalisering, maar ook en vooral over uw kansen in deze snel evoluerende markt.

Dirk Torfs algemeen directeur Flanders Make

Dirk Torfs algemeen directeur Flanders Make: “Waar de gemiddelde investering in innovatie globaal rond de 5% van het budget schommelt, scoren wij daar slechts 3%"

VLAANDEREN SCHUIFT MEE IN PELOTON

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: zijn we in ons land mee met de heersende evoluties?

Dirk Torfs: “Flanders Make houdt de vinger aan de pols van wat er zich afspeelt op wereldvlak. We doen regelmatig studies over hoe onze bedrijven scoren op een aantal factoren zoals innovatie en investeringen. Vorig jaar nog voerden we samen met PWC een uitgebreide studie uit bij 30 bedrijven, samen goed voor in totaal 33.000 werknemers. Als we die resultaten vergelijken met een studie op wereldvlak die PWC eerder uitvoerde, blijkt dat we goed mee zijn. Onze maakbedrijven zijn duidelijk van een zeer bevredigend niveau."

BLIJVEN INNOVEREN IS BOODSCHAP

“Wel moeten we erover waken dat we blijven investeren in innovatie. Uit de studie blijkt namelijk dat onze investeringsbereidheid een stuk lager ligt dan gemiddeld. Waar de gemiddelde investering in innovatie globaal rond de 5% van het budget schommelt, scoren wij daar slechts 3%. Als dat een momentopname is, vormt dat weinig problemen, maar de gecumuleerde achterstand wordt wel groot als dat enkele jaren aanhoudt. Een van de verklaringen voor die achterstand is de gemiddelde grootte van onze bedrijven. De kmo-cultuur, die bij ons toch groter is dan bij andere landen, zorgt voor een zekere versnippering in middelen en personeel. Het is logisch dat kleinere bedrijven over het algemeen minder investeren, en aan een trager tempo. Langs de andere kant zien onze bedrijven wel snel de noden, de voordelen en de opportuniteiten die de huidige trends met zich meebrengen. Ik zie dit dus positief evolueren naar de toekomst toe. Er zijn veel bedrijven die al, zelfs zonder het echt te beseffen, stappen zetten of hebben gezet in de richting van een Industrie 4.0-productiefaciliteit. Maar het is een feit dat die transitie een grote stap kan zijn die op korte termijn heel wat middelen vereist. Het komt er in vele gevallen dan ook op aan om investeringen te durven doen om het wiel wat extra snelheid te geven, want innovatie leidt uiteindelijk ook tot betere producten. Bovendien hebben kleine ondernemingen dankzij de digitalisering dezelfde kansen als grote bedrijven. De tijd dat bedrijven een wereldwijd verkoopnetwerk nodig hadden om hun producten globaal aan de man te brengen, ligt achter ons. Vandaag is elk product nog slechts één muisklik verwijderd van de eindklant, hoe ver die klant ook fysiek verwijderd mag zijn van het bedrijf."

MAKE LAB

In het mobiele 'MAKE LAB' krijgen bedrijven in een trailer een voorsmaakje van nieuwe technologieën 

WAT MET GEBREK AAN PERSONEEL?

Staat het tekort aan technisch personeel de transitie niet in de weg?

Dirk Torfs: “Wat wij frequent doen, is bedrijven bijstaan met hun kennisopbouw tot ze zover zijn dat ze zelf mensen in dienst kunnen nemen. De kennis die wij hun aanbieden, kunnen ze inzetten om te detecteren of hun investering zal lonen. Als ze bv. een machine willen bouwen, kunnen ze een beroep doen op ons om een prototype te bouwen of om via contractonderzoek gebruik te maken van onze kennis. Eens ze op basis van die informatie de waarde kunnen inschatten van hun investering, kunnen ze met een gerust hart de mensen zoeken om dit verder uit te werken. Ze hoeven dus niet de mankracht al van in het begin te hebben, die investering kunnen ze nog een tijd uitstellen."

WELKE ROL SPEELT DE OVERHEID?

Ligt er een taak voor de overheid in de transitie richting industrie 4.0?

Dirk Torfs: “De overheid heeft al aangegeven dat ze dit wil stimuleren. Zo is er al de Industrie 4.0-transitiewerkgroep, een initiatief vanuit de overheid zelf. Ook wijzelf worden nauw betrokken om die overgang te helpen realiseren; wij staan de overheid bij om de juiste beslissingen te maken die het ecosysteem van onze maakindustrie voeden. Dat is een werk van lange adem. Eerst moeten we het bewustzijn creëren over de noodzaak van de transitie, vervolgens de strategie bepalen die onze bedrijven kunnen volgen, en dan zorgen voor de praktische implementatie. Wij kunnen de bedrijven helpen in hun aanpak, en dit op meerdere domeinen zelf of samen met partners."

WAT FLANDERS MAKE KAN DOEN VOOR UW BEDRIJF

Dirk Torfs: “Wij beschikken binnen Flanders Make over heel wat gecombineerde kennis rond de maakindustrie. De uitdagingen van vandaag stoppen niet aan de grenzen van een bepaalde sector. Kennis rond sensoren is daarvan een prima voorbeeld: die is zowel toepasbaar voor de machinebouwers als voor de automobielsector. Bovendien biedt die bundeling ook schaalvoordelen en als klap op de vuurpijl groeit ons totale netwerk. Bedrijven kunnen gebruikmaken van die kennis voor heel diverse onderwerpen. We werken rond vier competentieclusters, waarbij we telkens een 'ecosysteem' creëren met mensen uit kennisinstellingen, onze eigen mensen en ten slotte input uit de bedrijven zelf. Binnen elke competentiecluster hebben we een roadmap opgesteld voor de volgende tien jaar, waarvan de inhoud is samengesteld op basis van feedback van de bedrijven uit ons netwerk en de trends op langetermijntrends die we detecteren."

Kan u schetsen hoe de praktische implementatie van jullie denkwerk verloopt?

Dirk Torfs: “Elk bedrijf kan contact opnemen met ons. We werken op drie soorten dienstverlening: R&D-diensten, Test- en Validatie-infrastructuur, en onze diensten rond Innovatie. Bij die laatste dienst pakken we een concrete vraagstelling van een bedrijf aan. Een praktisch voorbeeld hiervan is dat een klant een machine wil bouwen en dat wij een bepaald onderdeel daarvan ontwikkelen of een prototype ontwikkelen van die machine. Stel dat een bedrijf een autonome grasmaaier wil produceren, maar moeite heeft met de bijbehorende sensoren voor de scanning van de omgeving. Wij kunnen hen met onze expertise helpen om dat ontbrekende puzzelstuk te ontwikkelen, waardoor zij met een innoverend commercieel product op de markt kunnen komen. Een ander voorbeeld is data-analyse, waarbij we vertrekken van een model van een product en door analyse van sensordata voorspellingen kunnen maken over de toestand van een onderdeel. Bedrijven kunnen deze analysemodule dan commercialiseren en verkopen als dienst aan hun klant."

En hoe wordt de financiële kant geregeld? En wat als een bedrijf hierdoor een concurrentieel voordeel krijgt?

Dirk Torfs: “De mechanismen waarmee we onze return bepalen, verschillen van geval tot geval. We moeten rekening houden met subsidieregels, concurrentieposities, de marktsituatie … Vele factoren spelen daarbij een rol. Zo kunnen we werken met een licentie, die dan aan marktconforme voorwaarden verkocht wordt. Maar evengoed kunnen we samen met een bedrijf een patent nemen op een innovatie of zelf onze kennis valoriseren. Voor ons is het belangrijkste dat onze opgebouwde kennis in de markt terechtkomt. Samen innoveren, dat is de rode draad doorheen Flanders Make."

Hoe gaat de technologietransfer praktisch in zijn werk?

Dirk Torfs: “Die transfer is een zeer belangrijk deel van ons werk. De vlotte doorstroming van technologische kennis hangt veel af van de betrokken bedrijven in een project. In een productomgeving is er heel wat IP-gevoeligheid, men is wat bang om zijn kennis te delen en wil de concurrentie ook niet slimmer maken. Verder kunnen we zeer veel betekenen om het productieapparaat van de bedrijven te verbeteren door de digitale technologie in te zetten, dit zorgt voor een duurzame kostenvermindering die bedrijven een boost geeft in hun productiviteit en hun competitiviteit. Innovatie zal meer en meer gerealiseerd worden door samenwerking tussen bedrijven. Openheid is dus absoluut nodig."

MET DRIE TIPS OP WEG RICHTING I4.0

  1. Bekijk hoe u uw product kunt verbeteren in functie van de specifieke wensen van uw klant.
  2. Hoe zijn die gepersonaliseerde producten efficiënt te produceren? Een gepersonaliseerd product tegen de kostprijs van serieproductie wordt realiteit. Dat vereist in vele gevallen investeringen in innovatie.
  3. Sta open voor nieuwe of bijkomende businessmodellen. Als je bijvoorbeeld je klant kan bijstaan gedurende de levensduur van zijn product, dan kun je je product in een latere fase nog eens valoriseren.

OVER FLANDERS MAKE

Flanders Make is het strategische onderzoekscentrum van en voor de maakindustrie, opgericht onder impuls van Agoria en erkend als strategisch onderzoekscentrum door de Vlaamse regering in mei 2014. Samen met vijf Vlaamse universiteiten bundelen ze hun krachten en jarenlange ervaring om maakbedrijven via preconcurrentieel onderzoek te ondersteunen om hun internationale concurrentiepositie te verstevigen. Flanders Make legt zich toe op product- en procesinnovatie in nauwe samenwerking met een honderdtal bedrijven in de Vlaamse maakindustrie. De basis daarvoor vormen technologisch onderzoek en innovatie op het vlak van mechatronica, productontwikkelingsmethodes en productietechnologieën, gestuurd vanuit de uitdagingen en de noden van de industrie. Dat moet in eerste instantie resulteren in concrete toepassingen voor machines, voertuigen, voertuigcomponenten en hoogtechnologische productiesystemen in de deelnemende bedrijven. Vervolgens worden onderzoeksresultaten beschikbaar gesteld aan bedrijven in de brede maakindustrie.

www.flandersmake.be