Zuivelsymposium reflecteert over toekomst zuivel
Wetenschappers formuleren pistes voor melkveehouderij
Op het recentste zuivelsymposium, georganiseerd door VLAM en BCZ, kwamen verschillende wetenschappers aan het woord die mogelijke antwoorden formuleerden voor de problemen waar de melkveehouderij voorstaat. Daarbij werd onder meer de nadruk gelegd op kringlooplandbouw, maar ook op de bodem en generatieve landbouw.
Sluit de kringloop
Een van de sprekers was Kurt Sannen, expert in landbouw en natuur bij INBO (Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek) en zelf bioboer. Hij stelde dat je de actoren in de melkveehouderijsector echt geen dienst bewijst door te zeggen dat ze de meest duurzame zijn van de hele wereld. "De realiteit is anders. Maar de melkveehouderij heeft wel een enorme kans om duurzaam te zijn."
Daarmee brak hij een lans voor de kringlooplandbouw. "Er is een gigantisch stikstofprobleem. We dweilen met de kraan open: kunstmest en krachtvoer blijven stikstof importeren. Wat als we die kraan dichtdraaien en inzetten op kringlooplandbouw? Minder krachtvoer, minder kunstmest, maar werken binnen onze eigen kringloop, waarbij we stikstofverlies minimaliseren. Dit vergt een nieuwe aanpak: minder dieren per hectare en meer grasland, klaver en kruiden. Grasland moet optimaal beheerd worden: elk melkveebedrijf in Vlaanderen zou moeten overschakelen naar gras-klaver-kruidenmengsels voor betere bodemkwaliteit en lagere uitstoot."
Sannen stelde dat bedrijven die circulair werken beter scoren op het vlak van duurzaamheid en milieuvriendelijkheid, maar dat ze botsen tegen beleidslimieten zoals MAP (Mestactieplan) en PAS (Programma Aanpak Stikstof). "We moeten kijken naar het hele systeem: van stal tot land, van rantsoen tot teeltplan. Daarbij is het essentieel om prestaties niet alleen per liter melk, maar per hectare en voedergebruik te meten. We moeten boeren belonen op basis van prestaties zoals eiwit van eigen land, minder gebruik van krachtvoer en meer weidegang. Met de juiste ondersteuning vanuit overheid en zuivelsector kunnen we melkveehouderijen duurzamer maken. Kringlooplandbouw biedt een kans om stikstofverliezen te verminderen, de bodem te verbeteren en de natuur te herstellen. We hebben een beleid nodig dat kringloopbedrijven stimuleert in plaats van sanctioneert. Dit is de richting die we op moeten."
Klimaatwijze aanpak
Agro-ecoloog verbonden aan de European Agroforestry Federation en innovatiemakelaar Jeroen Watté legde dan weer de nadruk op de bodem en de regeneratielandbouw. "We moeten van klimaatslim naar klimaatwijs gaan. Afhankelijk van aan wie je het vraagt, krijg je te horen dat onze Vlaamse melk de meest duurzame is of de meest klimaatslimme. Ik denk dat alles afhangt van hoeveel gewicht je aan welke ecosysteemdienst toewijst. Afhankelijk van die verschillende weging, krijg je een verschillend resultaat. Een van de dingen die historisch een beetje onderbelicht zijn gebleven in de levenscyclusanalysegemeenschap is de bodem. Ik wil een bodemfunctie benadrukken waar we nog te weinig aandacht aan besteden, namelijk de bodemkoolstofopslag. Op dat gebied staan we er eigenlijk niet goed voor."
Historisch gezien is de kwaliteit van onze landbouwgrond sterk achteruitgegaan. We zijn wereldwijd ongeveer 75% van de koolstof in de bodem kwijtgeraakt. Deze organische stof is cruciaal omdat het de bodemstructuur verbetert, water vasthoudt, voedingsstoffen levert en de biodiversiteit in de bodem ondersteunt. Dit verlies is te wijten aan intensieve landbouwmethoden, zoals het overmatig gebruik van kunstmest, pesticiden, monoculturen, en bodemverdichting door zware machines.
"Wetenschappers met een opinie over de toekomst van onze voedselproductie stellen de claims in vraag dat bodems veel meer koolstof kunnen opslaan. Zij zeggen dat het bewijs daarvoor flinterdun is. Dus bestaat er zoiets als een koolstofplafond? Richard Teague, een ecoloog uit de VS, zegt dat we het niet weten. Er is niet genoeg langetermijnonderzoek om dat te kunnen zeggen. En toch, zelfs zonder volledig begrip, laat het huidige onderzoek zien dat de bodem een significante rol kan spelen in het verminderen van de CO2-uitstoot door koolstof op te slaan."
Historisch gezien is de kwaliteit van onze landbouwgrond sterk achteruitgegaan
Wanneer je de koolstoffluxen (beweging van koolstof in en uit de bodem) in rekening brengt, blijkt dat regeneratieve landbouw, die de bodemgezondheid verbetert, de CO2-equivalenten per karkasgewicht van vleesvee aanzienlijk kan verlagen. Dit betekent dat de koolstofopslag in de bodem zelfs de methaanuitstoot van vee kan compenseren. Methaan is een krachtiger broeikasgas dan CO2, maar koolstofopslag in de bodem kan dit effect deels neutraliseren.
"Er zijn nog veel onbekenden in dat verhaal," zegt Watté. "Een enge focus op alleen maar de broeikasgasemissies is niet nuttig. Zelfs als we daar morgen mee stoppen, zitten we nog voor honderden jaren, vanwege de langlevendheid van die gassen, opgezadeld met dat broeikaseffect. Dus blijven we met een probleem zitten."
De kleine watercyclus
Klimaatverandering is niet alleen een verhaal van broeikasgasemissies. Meer en meer stemmen gaan op om ook de rol van de kleine watercyclus – het proces van verdamping, neerslag en waterinfiltratie in de bodem – te benoemen. Die was eigenlijk in het begin van het klimaatveranderingsverhaal heel prominent aanwezig, maar is ondertussen een beetje weggeëbd. "We moeten die ook gaan benoemen als medeoorzaak van klimaatverandering naast de vaak meer besproken broeikasgassen", poneert Watté.
"De overleden professor Millán Millán, gebruikte de metafoor 'water begets water' om deze rol van water in de natuur uit te leggen. Het idee is dat wanneer je water in een ecosysteem introduceert, dit water via de kleine watercyclus zichzelf begint te verplaatsen en te regenereren. De bodem fungeert als de baarmoeder van dit proces, omdat het water daar wordt vastgehouden en langzaam weer in de lucht verdampt. Vegetatie zoals gras en bomen speelt de rol van vroedvrouw doordat ze helpen water vast te houden en het terug in de atmosfeer te brengen."
Deze dynamiek heeft direct invloed op het lokale klimaat. Door bijvoorbeeld water op een duurzame manier in het ecosysteem te beheren, kan je de lokale temperatuur verlagen en bijdragen aan de afkoeling van het milieu. Dit heeft niet alleen een effect op de watercyclus zelf, maar ook op het bredere lokale klimaat. Als de watercyclus goed wordt beheerd, kan dit dus helpen om het effect van klimaatverandering te verminderen. De zuivelsector heeft hierin een grote impact, omdat boerderijen, door hun landgebruik en waterbeheer, de watercyclus kunnen beïnvloeden, zowel in positieve als negatieve zin.
"Millán Millán verbindt de verdroging in Zuid-Europa met overstromingen in Oost-Europa door slechte bodem- en waterbeheerpraktijken, met name het grootschalig verwijderen van houtachtige elementen uit het landschap. Hij stelt dat het sneller effect heeft op het lokale klimaat om aan de bodem en koolstofopslag te werken dan enkel aan CO2-reductie. Door de bodemporositeit te vergroten via vegetatie en bodemleven kan de bodem als een koolstofspons meer water vasthouden, wat de effecten van zowel droogte als overstromingen helpt verminderen. Regeneratieve landbouw speelt hierbij een sleutelrol, maar boeren krijgen momenteel te weinig ondersteuning om deze aanpak op grote schaal toe te passen. Daarom pleit ik voor meer middelen om regeneratieve landbouw te stimuleren."
